de podcast bij deze ontdekking
Ik ben in gesprek met Elroly Groeneveld over het project ‘Van angst naar vertrouwen’ in een kinderziekenhuis. Elroly werkt als opleider en verpleegkundige met als specialisme medische hypnose. Ik leer van haar dat het ‘fijnstoffelijke’ in dit project gaat over ‘praktisch toveren’. Toveren door een combinatie van spiegelen van de ander, contact maken en positieve taal gebruiken als - nieuwe - focus. Makkelijk te leren en ieder kan hier iets uit oppakken wat hem/haar past. Daarnaast is er ook iets wat niet zo makkelijk uit te leggen is. Dat is door goed contact te maken met de ander je ineens een ingeving kan krijgen over wat er speelt. En dat blijkt dan ook vaak te kloppen. Dan wordt dat stukje toveren eigenlijk ook heel gewoon toepasbaar.
Over Elroly
‘Ik ben van origine kinderverpleegkundige en had al lang aan het bed gestaan tot ik in 2013 de vraag kreeg of ik zou willen helpen met medische hypnose. Ik had er nog nooit over gehoord en ik wist niet dat dit bestond in een universitair medisch centrum en dacht “dit is interessant”.
Ik ben opleidingen gaan doen en in 2016 gestart met de eerste patiënten om te kijken wat je met medische hypnose kunt doen bij kinderen met onbegrepen pijnklachten, buikpijn, hoofdpijn.’
Elroly: ‘We hebben een onderzoek gedaan in de Covid-periode naar de 280 patiënten die ik in de afgelopen jaren begeleid heb. En daar kwamen goede resultaten uit, publicatie hiervan wordt op dit moment voorbereid. Helder is dat medische hypnose een prachtige aanvulling is op dat wat er allemaal al aan therapieën wordt aangeboden in medisch universitaire centra. Uit het onderzoek komt naar voren dat kinderen die bij ons komen voor gesprekken al 2 -3 jaar twee klachten hebben. En als ze dan gemiddeld vijf gesprekken hebben gehad de klachten milder worden. Ze weer naar school gaan. Of dat het kind zegt “er kan alweer zoveel meer”. Dan zeggen de ouders, “hadden we dit maar eerder geweten.”’
Wat is medische hypnose?
‘Medische hypnose is dagdromen met een doel. Je focust op wat je wel wilt, in plaats van wat je niet wilt. Dus in plaats van “ik wil geen hoofdpijn meer” ga je woorden geven aan wat je wel wilt. Je verlegt de focus en ik leg de kinderen en ouders uit met tekeningen en oefeningetjes wat er met je lijf gebeurt als je die positieve focus hebt. Bijvoorbeeld met armpje duwen en je denkt “Ik ben sterk”, hoe je lijf dan gelijk reageert. Het woord ‘geen’ pakt je systeem niet op, dus het is niet handig om te zeggen “ik wil geen hoofdpijn meer”. Een positieve focus is dan “ik wil een rustig hoofd”.
Op een gegeven moment gingen ouders vragen of ik er morgen weer was, omdat ze merkten dat hun kind rustiger was als ik er was. Dat vond ik best wel gênant, want je bent met elkaar een team, ieder draagt een steentje bij. Gelukkig gingen er meer collega’s de hypnose opleiding doen.
Uiteindelijk heb ik de opleiding overgenomen met een arts en geven wij de medische hypnose opleiding. Vooral het hypnotisch taalgebruik, dat is praten naar je doel toe, is zo belangrijk dat we daarvoor een kortere training hebben opgezet voor de artsen in opleiding Er waren namelijk allemaal beelden over de term hypnose, “dat kan ik niet, ik ben te nuchter”. Dus we concludeerden dat we dit op een andere manier moesten gaan aanbieden.
Ik zat op dat moment al in Skills4comfort opleidingsgroep. Kort gezegd: op dit moment geven we de hele Skills4Comfort training , maar noemen het hier nog Prosa, naar de projectnaam van dit project. We hebben PROSA en Skills4Comfort in 1 training gebracht. Op een gegeven moment sloeg de vonk over tijdens een van de opleidingsgroepen die naar PROSA waren gegaan, omdat er de ‘juiste mensen’ in die groep zaten, met de juiste witte jassen lengte ;-). Toen ging de bal rollen. We hebben inmiddels 170 mensen getraind in het ziekenhuis, er volgen nog zo’n 400.'
Positieve focus taal
‘Inmiddels zijn we met een hele grote groep mensen bezig om mensen te trainen en daarnaast te kijken naar mogelijkheden in de praktijk. Bijvoorbeeld: kan je een bepaalde ingreep/onderzoek ook tijdens een operatie doen, die het kind toch al moet ondergaan.
Als je bijvoorbeeld een goede afsluiting hebt na de ingreep, dat wil zeggen je benadrukt wat er wel goed ging, dan beklijft dat in het brein. En je voegt dan ook nog positieve taal naar de toekomst toe, bijvoorbeeld “wat zat je goed bij mama op schoot en je zult merken hoe makkelijk het de volgende keer gaat, en als het nog niet zo goed is gegaan: Wat kunnen we doen om het nog makkelijker te maken de volgende keer.”
Een ander voorbeeld: als je iemand in een MRI legt en je zegt “je mag niet bewegen”, wat hoort je systeem dan? Die focust op bewegen. Als je zegt “we willen dat je zo stil mogelijk ligt, dan gaat het onderzoek het snelst” dan reageert het brein daarop.
We hebben ook het ziekenhuispaspoort aangepast, dat heette pijnpaspoort, daar werden steeds de woorden pijn gebruikt. We hebben echt gezocht naar andere woorden. En dat werkt door op andere afdelingen die ook kijken naar taalgebruik in brieven. Andere disciplines, zoals radiologie en anesthesie, willen nu ook de opleiding volgen, omdat ze merken dat het op een andere manier kan.’
Contact maken
‘Naast het taalgebruik, zit het in het contact maken. Als mensen hiermee werken dan ervaren ze wat een invloed dat heeft. Bijvoorbeeld even drie tellen ademhalen voordat je een kamer binnen gaat, maakt dat je er meer kunt zijn voor die persoon in de kamer. Of net wat langer aankijken en niet direct in je computer kijken.
Dan krijgen we af en toe reacties van mensen die de opleiding gevolgd hebben, dat ze een bedankbrief krijgen omdat er zoveel aandacht was, terwijl het niet meer tijd in beslag nam. “Ik deed het zoals jullie geadviseerd hadden”, zeggen ze dan.
Ik ben een praatzuster
‘Ik heb altijd heel duidelijk gevoeld dat hoofd en lijf samenwerken. Dat je niet kunt zeggen ik heb een probleem in mijn lijf en dat is het. Ik zag dat het bij het ene kind soepel ging en bij de ander niet, terwijl de kinderen hetzelfde probleem hadden. Als ik dan op de kamer was bij dat kind dan hoorde ik de gesprekken, “het zal wel niet lukken, het wil niet, het lukt nooit in een keer.” Het heeft met elkaar te maken hoe we met elkaar praten, hoe je naar klachten kijkt, wat je erbij voelt. Ik ben daar altijd wel mee bezig geweest. De IC-opleiding was niet geschikt voor mij, te zakelijk. Ik ben een praatzuster.
Ikzelf gebruik het spiegelen van het gedrag van een ander, want als ik spiegel (het gedrag van de ander ‘kopiëren’) dan heb ik binnen de kortste tijd contact. Bijvoorbeeld met een puber die onderuit gezakt zit ga ik ook een beetje hangen en zeg “‘k zou blij zijn als de dag straks klaar is,”. Dan kijkt-ie me aan en als ik dan even later iets meer rechtop ga zitten, gaat die puber mee.
Bijvoorbeeld bij een boos iemand, maak ik mijn stem iets krachtiger en zeg ik “wat vervelend he”. Dus je gebruikt dan spiegelen, intonatie, ademhaling.
Het gaat om het hele systeem
‘Hoe reageert het systeem om het kind heen, dat is ook van belang. Niet alleen de patiënt. Door de medische hypnose gaat dan het eerste laagje eraf waardoor je makkelijker hoort wat er in het gezinssysteem speelt.
Dan kan je vervolgens kijken wat nog meer nodig is. Het is afpellen. Dan wil ik soms nog meer doen, maar dan zegt de arts, “het is goed, want ze willen nu wel praten met een psycholoog”.’
Contact, positieve taal en ...?
‘Ik maak eerst contact door te kijken en te spiegelen. Soms zien anderen dat het kind ineens anders wordt, meer gaat vertellen. Wat ik dan nog meer doe?
Ik weet het niet, is dat mijn intuïtie? Het is ‘een weten’, ik kan daar niet zoveel woorden aan geven. Soms krijg ik tijdens een gesprek een ingeving die ik benoem en vervolgens zegt de moeder, ik zat er net aan te denken. Ik tune zo in, dat ik ‘misschien’ wel in ‘hun veld’ stap en daar informatie oppik.
Terwijl ik wel heel veel aan het uitleggen ben via tekeningen hoe het lijf werkt, met ‘spongebob’. En via oefeningetjes. Ik maak de vergelijking met ogen knipperen, dat doe je ook onbewust. Ik maak de brug tussen het fysieke wetenschappelijke en de onbewuste gedachten.
Bijvoorbeeld spanning doet zoveel en heeft zo’n effect op beleving van pijn. Afleiding is soms goed omdat je je niet op drie dingen tegelijk kan concentreren, dus als het kind afgeleid wordt en met iets anders bezig is, kan het niet met de naald en de prik bezig zijn. Voor een ander kind is juist wel kijken en aftellen behulpzaam.’
Het is niet meer te stoppen
‘Vanuit alle geledingen doen mensen mee en stappen mensen in. Deze methodiek wordt eigen voor heel veel mensen.
Zo mooi hoe er allerlei initiatieven ontstaan. Er is nu een – landelijke - folder gemaakt door collega’s die naar ouders gaat over tips bij prikken. Daarin staat o.a. dat één iemand het woord doet en dat positieve taal helpt.
Ik ben trots op het bereik en wat het in de praktijk doet. Sommigen doen het contact maken na de opleiding bewuster, sommigen gebruiken de toverpleister vaker. Sommigen nemen nu meer de tijd. Ieder pikt iets anders op. Het stroomt en de stroom wordt steeds voller.'
'Wat we doen lijkt wel toveren en we laten zien dat dat heel gewoon is.’
Bekijk hier meer blogs